Essentiële rusteloosheid

Vanuit de diepte van de ziel, van de stilte in de Bron van het Zijn, rijst de fundamentele vraag: Wie ben ik ?

Hindoe- christelijke mystiek

Henri le Saux was een van de eersten die de dialoog tussen hindoes en christenen aanging. Hij onderzocht nieuwe spirituele gebieden waar weinigen  zich tot dan toe aan hadden gewaagd. Deze Franse benedictijner monnik verbleef bijna twintig jaar in een klooster in Frankrijk. Hij voelde zich al vroeg aangetrokken tot de Indiase spiritualiteit. In 1948 ging hij naar India, waar hij zich bij Abbe Jules Monchanin voegde.

In een poging tot het zuivere geloof te komen en de oorspronkelijke  geest van het christendom terug te vinden wilde hij het Indiase voorbeeld volgen. Hij wilde naar hindoe voorbeeld, een christelijke ashram stichten, een plaats voor retraites, geheel gewijd aan contemplatie en christelijke navolging van de hindoe kloostertraditie.

Swami Abhishiktananda

Toen Henri le Saux in India aankwam, kon Monchanin zijn plan om een ashram te stichten uitvoeren. De twee mannen kregen een stuk land aan de oever van de heilige Kavery rivier in Tamil Nadu, waar zij de eerste katholieke ashram stichtten, die zij aan de drievuldigheid wijdden. Zij noemden hem Saccidananda Ashram. De hindoe naam voor het absolute, samengesteld uit sat, het zijnde, cit, bewustzijn en ananda, gelukzaligheid.

Met deze naam drukten zij hun bedoeling uit de hindoe zoektocht naar het absolute met hun eigen ervaring van God in Christus samen te doen vallen. In het begin volgde men in de ashram, bekend als Shantivanam, Woud van Vrede, een benedictijns levenspatroon, maar dit kreeg meer en meer een Indiase stijl.

Zelf koos Henri le Saux  de naam ,Swami Abhishiktananda( gelukzaligheid van de gezalfde). Hij  voelde zich, evenals de woestijnvaders  aangetrokken tot verzaking en werd beïnvloed door twee Indiase wijzen, Sri Rama Maharishi en Sri Granananda.Hij volgde het pad van een sannyasin, aangetrokken door de advaita,* de ervaring van het hoogste zelf, de ene- zonder- tweede. Zijn speciale roeping was zijn toewijding aan Christus te leven vanuit deze hindoe- spiritualiteit; een roeping die gevolgd werd in 'de grot van het hart'.

* Advaita; een directe bevrijdingsweg door zelfrealisatie.

Advaita activeert Lukas 17: 33

' Ieder die zijn leven zal trachten te behouden die zal het verliezen, maar ieder die het verliezen zal, die zal het vernieuwen.'

Jammer genoeg begrijpt niet iedereen de draagwijdte van deze uitspraak , of heeft de moed om er mee aan de slag te gaan. Deze aankondiging zegt zoveel als: gaat u achterover zitten, dan tekent u voor uw  eigen ondergang.Het verwijst rechtstreeks naar de invulling van het menselijk bestemmingsvraagstuk, hetgeen voor iedereen van groot belang zou moeten zijn. Veel mensen vinden het wel best, of hebben van binnenuit niet die specifieke spirituele drang.

De mysticus heeft die drang wel en kan zich nauwelijks voorstellen dat die drang niet bij ieder mens aanwezig is. Vandaar dat ze zich over het ontbreken daarvan met onbegrip en verontwaardiging uitlaten. Die drang voert tot de essentie van het bestaan en leidt tot de zin van het leven. Het is diezelfde drang, die de mysticus blijvend doet zoeken naar dieper en hoger; in en buiten de instituties, in en buiten het klooster.

Serieus met God omgaan

Le Saux daarover: ' Helaas vinden de meeste mensen het heel natuurlijk om tevreden te zijn met riten en voorschriften: Laat er een afspraak zijn tussen God en ons! Wij zullen Hem alle offers brengen die Hij heeft voorgeschreven, maar laat Hij ons dan met rust laten. Hij mag ons ook een plezierige en simpele catechismus geven, een goed geforrmuleerde theologie, vrij van onduidelijke ideeën.

We zullen in blijdschap psalmen zingen, de geloofsbelijdenis uitzeggen en bijvoorbeeld belijden dat er maar een God is in drie personen en dat het woord vlees geworden is, is gestorven en weer opgestaan. We zullen ook de maagdelijke geboorte aanvaarden, maar we hopen dat Hij zijn eisen hiertoe zal beperken en dat Hij niet zal verwachten dat deze voorschriften enige invloed op ons leven of op ons denken zullen hebben.

Voor een mysticus met een serieus Godsverlangen als Le Saux, geldt dit beeld als ontluisterend. Ook Meister Eckhart beklaagt zich over  die manier van doen van de doorsnee kerkganger.

Essentiele rusteloosheid

'Standaardgodsdienst vertroost, sust en bevredigt mensen en maar al te vaak verwijdert het de essentiële rusteloosheid die door God in ons hart is geplant(!). En ook die rusteloosheid is niet gemakkelijk, want het geheim en de onweerstaanbare aantrekkingskracht van het onbekende blijft vragen stellen die voor altijd onbeantwoord blijven, en hij die denkt dat hij begrijpt, begrijpt niets anders dan zijn eigen gedachten(advaita). Er is geen mogelijk antwoorc behalve 'eruit te stappen'. 

Zonder sterven is er geen weg voorbij de dood.

En vanuit de diepte van de ziel, van de stilte in de bron van het Zijn, rijst dan de fundamentele vraag: 'Wie ben ik? Met name deze vraag is de openbaring van Brahman. Want deze vraag brengt de geest tot stilte, een stilte die zelf werkelijkheid en waarheid is.

Dit Woord is gesproken en gehoord op een niveau van het Zelf dat het waarnemend bewustzijn transcendeert. Het is geen woord voortgekomen uit een menselijke gedachte, of uit een menselijke geest, maar het is het Woord waarin alle dingen hun bron hebben, het Vedische Om, het is de Logos, het woord door welk alle dingen zijn gemaakt.

Gods Zijn is mijn leven

'In laatste instantie is het Paasmysterie in mij dan ook het ontwaken, de opstanding tot zijn, dat plaatsvindt in de grondoorzaak van het zijn. Ik ben daar zozeer ondergedompeld in Gods eigen mysterie , dat het daar is in datgene waarmee God zich tot uitdrukking brengt; dat ik existeer.

Deze komst van God naar mij zonder uit Zichzelf te treden is precies die heilige act, die mij existentie verleent.Slechts in de mate waarin ik in mijzelf afdaal,vind ik God en de mate waarin ik mezelf vind is dan gelijk aan de mate waarin ik in God opga.

Om werkelijk God te vinden moet ik afdalen naar die diepte van mijn eigen zijn, tot waar ik niets anders ben dan het zuivere beeld van God, naar de plaats waar, bij de uiteindelijke bron van mijn zijn, niets anders bestaat dan God.' 

Om dit te doorgronden is de inkeer in mijzelf een noodzaak. Het lijkt een simpele voorstelling van zaken, zo met de ogen dicht en ingehouden adem, maar het 'uitgaan' en 'doorbreken'  zijn tegengestelde bewegingen naar buiten en naar binnen in de geest.Het vraagt voortdurende aandacht, zelfinkeer en diepe toewijding.

Triniteits - ervaring

' De geest  blaast waar hij wil. Hij roept innerlijk zowel als  uiterlijk. Mogen zijn uitverkorenen nooit falen naar zijn roep te luisteren! In de woestijn of in de jungle, net als in de wereld, loert altijd het gevaar dat wij de aandacht op onszelf richten. De wijze mens die zijn ware zelf heeft gevonden onderscheidt niet langer woud of stad, kleding of naaktheid, handelen of niet handelen. 

Hij bezit de vrijheid van de geest, en door hem werkt de geest in de wereld, zoals hij wil. Hij gebruikt op gelijke wijze zijn zwijgen en zijn spreken, zijn teruggetrokkenheid uit en zijn aanwezigheid in de maatschappij. Hij is voorbij aan zijn 'eigen' zelf, zijn 'eigen' leven, zijn 'eigen' zijn en  handelen en vindt gelukzaligheid en vrede in het zelf, het enige echte zelf.'