Rabia Al Adawiya en Dorothee Solle

Twee vrouwen die in verzet kwamen tegen de hopeloosheid van hun cultuur , tegen een patriarchale spiritualiteit., tegen de zelf- beschadiging van de traditie. Duidelijk taal  spraken zij tot de centrale instituties in zoverre  die  betrekking hebben op bezit, seksualiteit en vrijheid.

 

 

Rabi'a Al Adawiya - mystica

Een van de belangrijkste figuren uit de vroege soefi-mystiek was een vrouw, Rabi'a Al Adawiya, de heilige van Basra (713-801). Door tijdgenoten bezongen als ' de door een speciale sluier omhulde, de door hatstocht en liefde ontvlamde, de door nabijheid en gloed verwarde, de in de eenwording met God verlorene, de door mannen geaccepteerde, de tweede onbevlekte Maria...'

Moslimse vrouwen die zich als feministen beschouwen, beroepen zich op Rabi'a, daarmee verwijzend naar een niet- patriarchale spiritualiteit. Hier heeft een traditie haar eigen zelfbeschadiging overleefd!

We weten niet zo veel over het leven van Rabi'a, maar de weinige feiten spreken duidelijke taal met betrekking tot de centrale instituties voorzover die betrekking hebben op bezit en seksualiteit. Rabi'a was een vrijgelaten slaaf en leefde in de grootste armoede. Toen men haar wilde overreden om de hulp van familieleden in te roepen om haar armoede te verhelpen, antwoordde ze:  'Ik zou me schamen de dingen van deze wereld te verlangen van hem aan wie de wereld behoort. Hoe zou ik ze dan kunnen verlangen van hen  aan wie ze niet behoren? Op dezelfde manier reageerde ze op de suggestie om een huwelijk aan te gaan, ' mijn wezen is al in de echt verbonden. Daarom zeg ik dat mijn zijn in mij uitgeblust, in hem ( God) opgeleefd is.

 

Liefdesgedicht

We hebben aan Rabi'a een aantal van de mooiste liefdesgedichten te danken:

Met twee liefdes heb ik U liefgehad

Met een zelfzuchtige

En een liefde de uwe waardig.

In de liefde, waarin ik mij zoek,

Richt ik me geheel op U.

En sluit anderen uit.

In de liefde, de uwe waardig,

Licht U de sluier op,

Zodat ik zien kan.

Maar niet mij komt de lof toe,

Noch in de ene noch in de andere,

Maar in de ene of de andere liefde

Komt de lof U toe.

 

Thema's in het werk van Rabi'a

Het thema van de belangelozen, van de niet- berekenenden, van de onbaatzuchtige liefde terwille van de liefde, is een van de centrale thema's van de mystiek in het algemeen. God lief te hebben, niet omdat machtige instituties of ook Hijzelf dat bevelen maar in een daad van niet- verschuldigde vrijheid, is oorsprong van de mystieke relatie, die basis is toereikend.

Als Rabi'a God liefheeft betekent dat dat ze zich heeft bevrijd van de instituties, van de rolpatronen van de vrouw, van de rituelen van de religie; ' ze 'is wat ze doet'. Ze verwacht geen beloning maar leeft in de zuivere tegenwoordigheid van de vreugde die geen 'waarin' meer nodig heeft.

Men kan de mystiek eenvoudigweg beschouwen als een anti- autoritaire religie, waarin uit de bevelende heer de geliefde wordt, uit het later nu, uit het naakte of ook het verlichte eigenbelang, dat rekening houdt met straf en beloning, de mystieke vrijheid.

Rabia'a ten voeten uit

In een straat in Basra liep ze rond met een fakkel in de ene en een emmer water in de andere hand. Toen haar gevraagd werd waarom ze dat deed, antwoordde ze; ' Ik wil het paradijs in brand steken en water in de hel gieten, zodat deze beide sluiers verdwijnen en duidelijk wordt wie God uit liefde en niet uit angst voor de hel of hoop op het paradijs aabidt.'  Ik heb Hem slechts gediend omdat ik Hem liefheb en Hem begeer.

Eens maakte Rabi'a een pelgrimsreis naar Mekka. Toen ze opkeek naar de Kaaba- ze had de reis gemaakt om die te eren- sprak ze: ' Ik had behoefte aan de Heer van de Kaaba. Wat baat mij de Kaaba? Ik ben er zo dicht bij gekomen dat zijn woord 'Wie mij nadert tot op een span, die nader ik tot op een el' op mij van toepassing is- wat kan mij de Kaaba nog schelen?

Gebed van de belangeloze liefde

Rabi'a heeft het element van de ' belangeloze liefde' geintroduceerd in de harde leer van de vroege asceten en daarmee het soefisme veranderd in echre mystiek.Ze heeft de liefde terwille van de liefde tot het middelpunt van de soefi- mystiek gemaakt, en soefi' van alle tijden hebben haar beroemde gebed gereciteerd:

O, mijn Heer,

Wat U ook van deze wereld

Bestemd hebt voor mij,

Geef het uw vijanden,

En geef het uw vijanden,

En het aandeel aan de komende wereld

Dat U mij wilt geven,

Geef dat aan uw vrienden-

U bent mij genoeg.

Dorothee Solle - mystica

'Wir beginnen den Weg zum Gluck nicht als Suchende, sondern als schon Gefundene.'

Dorothee Solle - 1929 - 2003

Zij democratiseerde de mystiek : ' wij zijn allen mystici' was een bekende uitspraak van haar. Deze democratisering en in zekere zin ook moralisering van de mystiek is een belangrijk onderdeel van Solle's theologische herwaardering van zowel de openbare als de persoonlijke of innerlijke betekenis van het christelijk geloof. Ze wilde de mystiek ontdoen van haar elitaire en naar binnen gekeerde imago, en affectieve en introspectieve elementen toevoegen aan de sterk gerationaliseerde protestantse theologie.

Mystiek heeft betrekking op het inoefenen van een geloofshouding die tegelijk een levenshouding is: de heenreis( naar het eigen innerlijk) die onlosmakelijk verbonden is met de terugreis ( naar de werkelijkheid van alledag).

Terugkeer naar de wereld in betrokkenheid op en solidariteit met anderen. Dit vraagt om een verbinding van politieke theologie en mystiek.