Woestijnliefde

Rond 300 werd de woestijn van Nitrië bevolkt door monniken, later volgden de woestijn van Cellen en die van Sketis. Deze woestijnen hadden een bijzondere  aantrekkingskracht en veel bezoekers raakten in de ban van het enthousiasme van deze wereldverzakers.

De Vaderspreuken zijn ontstaan uit vragen van leerlingen aan hun geestelijke vaders. Hun antwoorden waren voor de leerlingen richtlijnen ten leven, die ze oneindige malen letterlijk herhaalden .Omdat in de visie van de leerlingen dit antwoord via de Abbas(vader) onmiddellijk van God afkomstig was.

Uiteindelijk is de kernvraag: 'Vader, hoe kan ik gered worden, wat moet ik daarvoor doen?

Redding in de betekenis van bevrijding uit de zonde d.w.z de geestelijke betekenis  van redding die de mens innerlijk gezond maakt. De levens en de woorden van de woestijnvaders- en moeders verlichten de ziel. Zij waren een levend voorbeeld.

 

 

 

Spiritueel moederschap

Er leefden een groot aantal vrouwen (1300) in de woestijnen rond de Middellandse zee zo rond het jaar 300. Ze leefden als kluizenaar in totale eenzaamheid, als vrouwelijke monniken in kloosters, woestijnmoeders werden ze ook wel genoemd. Zij waren op zoek naar spirituele ontwikkeling, wijsheid en inspiratie. Hun woorden en levens inspireerden tijdgenoten op ongekende wijze.
Ze hadden door hun leefwijze  een emancipatoire functie; het dwong respect af, het bracht onafhankelijkheid mee, hun invloed was groot en ze hadden vrijheidsbeweging. 

Het woord Amma (moeder) staat vaak voor hun naam: Amma Sarrha, Amma Syncletia, Amma Theodora, Amma Mary, Maria van Egypte, Proba, Melania, Perpetua 

Amma Syncletica van Alexandria

Vijf citaten:

Het proces van Innerlijke veranderingen:
Ze vergelijkt het proces van innerlijke verandering met het kloppen en wringen van wasgoed:'Zoals men een stug kledingstuk wast en bleekt door erop te stampen en het krachtig uit te wringen, zo wordt een sterke ziel door vrijwillige armoede nog krachtiger.'

Het goddelijke vuur in onszelf ontsteken:
' Wie God nadert zal in het begin hard moeten vechten en lijden; maar daarna valt haar een onuitsprekelijke vreugde ten deel. Je kunt het vergelijken met iemand die een vuur wil aansteken. In het begin slaat de rook die persoon op de longen en schieten de ogen vol met tranen; totdat zij haar doel heeft bereikt. Zoals beschreven staat: 'Onze God is als een verterend vuur' Hebr 12:24, zo moeten ook wij het goddelijk vuur in onszelf ontsteken door tranen en hard werken.'

Aanvoelen dat God niet in te palmen is:
'Zoals men geen schip kan bouwen zonder spijkers, zo kan een mens niet zalig( heel)worden zonder deemoed*. We moeten aanvoelen dat God niet in te palmen is. Hoe dichter we bij God komen, hoe deemoediger. Deemoed is het antwoord op de godservaring. We zijn en blijven ver verwijderd van Gods heiligheid.

*Deemoed in de betekenis van je onderwerpen, leren van je eigen fouten door zelfbeschouwing en eerlijke zelfkennis . Dit in tegenstelling tot het nastreven van  hoge idealen  om indruk te maken op anderen en God. De weg naar God loopt via mijn zwakheden en mijn onmacht. In mijn onmacht wordt me pas duidelijk wat God met mij van plan is, wat hij van mij kan maken als hij me helemaal vult met zijn genade.

Ik kan pas ontdekken wat God met mij van plan is , wat mijn roeping is, als ik de moed heb af te dalen in mijn eigen realiteit  en me bezig te houden met mijn passies , mijn driften, mijn wensen en mijn behoeften.

Het gevaar van opzichtige complimenten:
Zodra je met goede daden indruk maakt op anderen, bedoeld of onbedoeld, ontstaat er volgens Syncletia een spanningsveld: het wordt mogelijk om schijnheilig te zijn. Hierbij doe je iets goeds voor en ander, maar word je er uiteindelijk zelf ook beter van: een kromme situatie.

Een ander helpen omdat je het prettig vindt daarvoor geprezen te worden, vinden de woestijnouders huichelachtig.

'Net zoals het onmogelijk is om tegelijk een zaadje en een plant te zijn, zo is het onmogelijk om door roem en complimenten omgeven te zijn en je op datzelfde moment te ontwikkelen in de goddelijke eigenschappen: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.'

Voedsel
Lekker eten is er net als mooie kleren bij haar niet bij. Al die drukte over 'kookkunst' ter ere van het genot leidt je aandacht alleen maar af van wat echte verzadiging geeft aan je ziel. Ze maakt geen half werk van de oefening in zelfbeheersing.

Amma Theodora

'Redding wordt niet verkregen door ascese of door nachtwake of door een of ander karwei, maar alleen door oprechte deemoed... Zie je wel dat deemoed triomfeert over de demonen'.
Deemoed is het duidelijkste kenmerk van een mens die leeft naar Gods beeld.

Deemoed betekent de moed om de waarheid te zien, de moed om de eigen menselijkheid te accepteren. Moet ik woede die in mij opkomt onderdrukken of verdringen? Moet ik als gelovige altijd vriendelijk en gelijkmoedig zijn? Moet ik mijn woede altijd kunnen beheersen?
Woestijnspirualiteit houdt in dat je je afvraagt waarom je woedend bent, wat God me daarmee zou willen zeggen. 
Misschien wijst mijn woede op een diepe, emotionele wond. Misschien word ik in mijn woede geconfronteerd met het gekwetste kind in mij dat met machteloze woede reageert op trauma's die leraren of/en ouders hebben veroorzaakt.

Misschien maakt mijn woede me duidelijk dat ik anderen te veel macht gegeven heb over mezelf. Dat zou die woede kracht geven om mij te bevrijden van de macht van anderen en ontvankelijk te worden voor God.Woede hoeft niet perse slecht te zijn. Ze kan mij de weg wijzen naar mijn ware ik. Door mijn woede kom ik in contact met de bron van mijn energie waarin Gods geest zelf in mij opwelt.

Zo leidt mijn woede mij naar God die mij leven wil schenken. Deze woede keert zich tegen alles wat mij het leven van God wil ontnemen. Mijn grootste probleem is ook mijn grootste kans, de schat die ik wil verwerven. Het brengt mij in contact met mijn ware wezen en mijn groeikansen.

De weg naar God loopt langs de ontmoeting met mezelf en het afdalen in mijn eigen werkelijkheid.

Amma Sarrha

De woestijn is de plaats waar onze schaduwen hun ware gezicht laten zien. Deze gevoelens en emoties dwingen de monniken bewust te leven, gedisciplineerd en waakzaam. Aandachtig voor hun worstelingen. Monniken bidden niet tot God dat deze aanvallen zouden ophouden maar dat God hun genoeg kracht zou geven.

Over Amma Sarrha gaat het verhaal dat ze dertien jaar lang last had van een kwade geest, maar ze hield vol. Nooit bad ze dat de strijd zou ophouden. Ze vroeg wel: 'God, geef me kracht'.
Uiteindelijk behaalde ze de overwinning. De onreine geest zei tegen haar: ' Je hebt me bedwongen Sarrha.' Ze antwoordde: 'Ik heb je niet bedwongen, maar mijn heer Christus'

Wat brengt ons strijd en onechtheid ; verkeerd perfectionisme, onveilige hechting waarvan de gevolgen rigiditeit en  pleasen zijn,  bindings- en verlatingsangst, narcisme, haat en jaloezie...
Wie voortdurend tracht perfect te zijn, vergeet te leven uit angst fouten te maken. Er is niets op je aan te merken maar je leeft niet echt en niet soepeltjes. Rekening houden met onze 'menselijkheden' maakt ons menselijker. Vecht niet tegen je gevoelens ze horen bij het leven, accepteer ze, (be)strijd ze niet langer. Heiligen staan niet boven het leven met al zijn fouten en vergissingen, ze houden er rekening mee, ze ontkennen  niet, ze worden er niet door overweldigd en dat geeft ze levenskracht.

Spiritueel vaderschap

De woestijn- monniken hebben hun  levenservaring aan ons nagelaten.
In uitdrukkingen en geestelijke wijsheden (logismoi).
Om onze doel- en oriëntatieloosheid te onderzoeken en te bestrijden.

Uitdrukkingen:
' Wie een doel voor ogen heeft, gaat er consequent op af, zonder zich voortdurend op te jutten. Wie het doel niet meer kent, probeert zijn innerlijke leegte op te vullen met activisme. Hij vindt zichzelf belangrijk omdat hij zoveel te doen heeft. Hij wil zichzelf bewijzen dat zijn leven zinvol is. Hij is immers voortdurend bezig met belangrijke dingen. Maar als hij nauwkeuriger kijkt, is het vaak lucht waarmee hij bezig is. Met zijn bezigheid wil hij alleen maar de leegte toedekken die als een gevaarlijke afgrond achter zijn drukte en haast op de loer ligt.'

' Snelheid roept leegte op, leegte zet aan tot haast.'

' Anderen oordelen is een zware last'

Doel- en oriëntatieloosheid komt ook in ons vakantiegedrag tot uiting.
We moeten heel veel zien en worden beziggehouden. Terwijl verlof komt van 'veroorloven'. Op verlof moet we ons veroorloven van de rust te genieten. Rust is het tegenovergestelde van haast, waartoe de 'bewogen' vakantie ons aanzet. Rust is ja zeggen tegen het bestaan, zich verdiepen in de werkelijkheid, er eenvoudigweg zijn, zonder de druk om bezig te moeten zijn.

 

Logismoi; geestelijke wijsheden

Eerzucht, afgunst en trots.
In de eerzucht gaat het erom dat we voortdurend met de vraag bezig zijn, wat anderen van ons denken. We staan innerlijk onafgebroken op het toneel en vragen ons af wat we moeten doen om een behoorlijk applaus te oogsten. Eerzucht gaat gepaard  met een voortdurende angst voor de mening van anderen. We zijn bang dat we niet aan de verwachtingen van onze omgeving zullen voldoen. We overleggen angstig of anderen misschien onze fouten en zwakke plekken ontdekken. We kunnen niet meer met innerlijke rust onder de mensen komen. We leven nooit vanuit ons eigen middelpunt, we worden van buitenaf gestuurd.

De eerzucht treedt vandaag vooral op de vorm van perfectionisme. We zijn bang fouten te maken. We pretenderen dat we onfeilbaar zijn. De oorzaak van dit perfectionisme ligt veelal in de kinderjaren, toen we onze waarde slechts konden kopen door prestaties te leveren en geen fouten te maken. Op de achtergrond van het perfectionisme staat de diepe angst voor onze eigen waardeloosheid. Je wilt je waarde bewijzen door steeds meer te doen. Het verlangen naar bevestiging is mateloos. Je hebt nooit genoeg aan de erkenning die je krijgt. Dus werk je je stuk en vind je nooit innerlijke vrede.

Afgunst, angst en jaloezie zijn onrustzoekers. Afgunst leidt ertoe dat we onszelf voortdurend met anderen vergelijken.We kunnen niet bij onszelf blijven en genieten van wat ons gegeven is. We zijn steeds met onze gedachten bij de ander, ontlenen onze waarde aan de vergelijking met anderen. We degraderen anderen om zelf in waarde te steigen. 

Een grondoorzaak van onze angst is gelegen in een verkeerde levensinstelling, in een negatieve basisaanname. Zo'n destructieve basisaanname  kan zijn: 'Ik mag geen fout maken, anders word ik afgewezen.' Angst achtervolgt ons als een schaduw en maakt dat wij nooit tot rust komen.

Jaloezie; vaak kunnen we niet slapen  omdat we ons  in onze fantasie voorstellen wat er niet allemaal kan gebeuren.  Om niet aan de jaloezie toe te geven, omdat dit ons fantastische  zelfbeeld kapotmaakt, geven we ons vaak over aan boze gedachten over anderen. Plotseling ontdekken we wat voor moordkuil ons hart is, dat we geen baas in eigen huis meer zijn, maar door negatieve  gedachten geplaagd worden.We kwellen onszelf met jaloerse gedachten.

Trots  bestaat in de weigering je eigen werkelijkheid onder ogen te zien en je ermee te verzoenen. We houden aan ons ideale zelfbeeld vast en sluiten de ogen voor de blinde vlekken. We leven in angst dat anderen door onze façade heen kijken en onze zwakke plekken ontdekken. We denken steeds nieuwe methoden uit om deze af te schermen. Dat kost veel energie. Bovendien raken we bij elke crisis in paniek. Hoe krijgen we de boel weer onder controle. Niemand mag mijn onzekerheid opmerken. Ik wil niet alleen mijn fouten en zwakke plekken voor anderen verbergen, ook op mezelf wil ik een goede indruk maken. Maar ik leef in angst dat die schuldgevoelens toch opkomen en probeer ze te verdringen. Schuld en schuldgevoelens zijn een belangrijk thema en de oorzaak van vluchtgedrag. Met bezig zijn alleen los je het niet op en ook niet met ontschuldigingsmechanismes. Dat het eigenlijk de schuld van een ander is, dat je je zo gedragen hebt.

Een andere manier om met schuldgevoelens om te gaan bestaat in het voortdurend zoeken naar waardering. Omdat je jezelf in je schuld onacceptabel vindt, moet je ervaren dat  veel mensen je accepteren. Je vertelt je problemen aan iedereen maar niet om ze op te lossen, maar om opnieuw aandacht en bevestiging te krijgen. Of je probeert je schuld af te kopen door je helemaal te geven aan het helpen van anderen.

Zolang we een slecht geweten hebben, komen we niet tot rust. Het slechte geweten berooft ons van de slaap. Een slecht geweten heeft niet alleen met onze schuldgevoelens te maken, maar ook met de verwachtingen van de mensen aan wie we ons overleveren.

Vaderspreuken

Een anekdote:

Johannes Kolobos is een van de woestijnvaders  die in de Vaderspreuken is vereeuwigd.

Men vertelde over de oud- vader dat hij zich in Sketis terugtrok bij een grijsaard uit Thebe en daar het leven leidde van een kluizenaar. Toen nam zijn leermeester een dor stuk hout, stak het in de grond en zei: ' Begiet het dagelijks met een emmer water tot het vrucht draagt. ' Ze waren zo ver van water verwijderd dat hij 's avonds laat moest vertrekken om 's ochtends vroeg weer terug te zijn. Na drie jaar kwam er leven in het hout en bracht het vrucht voort. De oude nam de vruchten, bracht ze in de vergadering van de monniken en zei:' Neem ervan en eet de vruchten van de gehoorzaamheid.' 

Is dit echt gebeurd? Het is natuurlijk onzinnig om te willen weten of dit 'echt gebeurd' is, want daar gaat het niet om. Het is wel zinvol om het je voor te stellen. Het heeft iets verpletterends. Het lijkt van een verpletterende zinloosheid wat de jonge Kolobos moet doen.

Maar vraag je af wat er verpletterd moet worden? Wat is harder dan de hardste steen dat we niettemin moeten verpletteren? Het is niets anders dan onze eigenwilligheid, die ons afhoudt van God.

De anekdote is er een waar je lang over kunt kauwen. Elk element heeft betekenis. Natuurlijk wordt Kolobos 's nachts op pad gestuurd, want alleen dan is het koel in de woestijn. Maar de nacht staat ook voor  de donkere nacht van de ziel, voor het in den blinde voortgaan zonder te weten of je ooit je doel zult bereiken. Drie jaar lang elke nacht door de woestijn sjouwen, dat wil zeggen: ontzaglijk veel tijd, energie en goede wil, ontzaglijk veel werk is er voor nodig om los te breken uit de boeien van het ik.. Om zijn taak te  kunnen volbrengen moet Kolobos het denken in termen van 'zinvol' en 'zinledig' opgeven.

Hij leert om zich los te maken van het werk dat hij doet - want anders is het niet vol te houden. Hij leert om deemoedig te zijn, om te leven zonder te vragen naar het waarom. In drie jaar ondergaat hij een intense en complexe geestelijke training door ogenschijnlijk onbenullig en zinloos werk. Dat de dorre tak  vrucht begint te dragen betekent ook dat Kolobos na drie jaar innerlijk een transformatie heeft ondergaan. Zijn leermeester zou misschien zeggen dat na drie jaar afzien de 'godsvrucht' in hem is ontkiemd.

 

 

 

God willen verstaan

'Leer van de geldwisselaar hoe je kunt doorzien waar het op aan komt, zo zegt Cassianus , de woestijnvader.

God willen verstaan is willen weten wat van God komt en wat niet. Onderscheiding is vooral nodig als het gaat over mensen, dingen, opvattingen, wegen en keuzes, over plannen en over kansen in het leven, over besluiten die je moet nemen. Zijn ze een uitnodiging van God, of liggen ze voornamelijk in het verlengde van je eigen schaduwkanten en verborgen verlangens?

Brengen ze je naar God toe of van God af?

Hoe kom je daar achter?

De woestijnvader, Cassianus, vergelijkt iemand die geleerd heeft om te onderscheiden met een geldwisselaar. Er zijn vier punten waar hij op let bij een transactie:

- is het muntstuk van echt goud

- staat de juiste afbeelding op de munt

- van welke munterij is het afkomstig

- heeft de munt het juiste gewicht

Cassianus past dit voorbeeld toe op geestelijke onderscheiding: als je probeert de weg van God te volgen wees dan nuchter en kijk zo objectief mogelijk.Zet  wat er zich aandient je op je eigen benen, of gaat het met je aan de haal. Zijn de ideeën doordacht, door het vuur heengegaan!

Is het bevrijdend en heelmakend?

Zijn het redelijke opvattingen of kleinmakend en onderdrukkend?

Bedenk ook  dat God vaak te vinden is in dat wat wij mensen verwerpen. God maakt vrij van alle slavernij en dat moet ons perspectief zijn.

Is er een mogelijkheid tot correctie of dramt iemand of ikzelf alles  door?

Om goed te kunnen kiezen is beseffen dat al ons kennen onvolledig is en dat maakt ons bescheiden en vrij. Vrij om steeds  onze eigen inzichten in te brengen en bescheiden genoeg om bij te leren.

In het stof bijten....

Abt Pastor zegt in een van de Vaderspreuken: ' elke moeilijkheid die je ontmoet kan het beste in stilte worden ondergaan'.

Er zijn in de Bijbel veel beelden van mensen die op de een of andere manier klem raakten, in de put zaten, gevangen raakten. Bileam de tovenaar  rijdt zich letterlijk klem in een bergkloof, Absalom raakt met zijn haren verstrikt in de takken van een boom, Lazarus in zijn graf  en de Gekruisigde die uitroept: 'Vader, waarom hebt gij mij verlaten?

In Klaagliederen staat deze regel: 'Hij drukke zijn mond in het stof, misschien is er hoop.' En wanneer hij het stof van zijn lippen likt en in zijn mond brengt, zal het knarsen tussen zijn tanden en weet hij dat hij is, in de hel, de buitenste duisternis.

Het is een beeld, als poezie. Het is een beeld met een spirituele betekenis. Dat de wanhopige, de ontredderde, de diep vertwijfelde er goed aan doet om alleereerst te erkennen en aanvaarden dat hij aan de grond zit, dat hij ophoudt zijn verlangen na te jagen, dat hij zichzelf en anderen niet langer voor de gek houdt, dat hij zijn 'faljiet' erkent, dat hij het opgeeft.

Met je mond in het stof, moet je je zo passief gedragen, moet je niet eerder woede gebruiken? Is het niet juist de vechtlust waarmee de mens zich weet te redden? Soms heeft het geen zin meer om te vechten.

In het stof bijten, letterlijk.

Sneuvelen.

Te gronde gaan.

En daarna kan er weer iets ontstaan. Het loslaten, het opgeven - is in het dagelijks leven de voorwaarde voor het ontstaan van het wezenlijke, dat wat ieder zoekt. In het dagelijks leven komt het 'opgeven' tot uiting in ontvankelijkheid, de stilte van ontvankelijkheid.

Gebed en gevoelens

Gevoel jegens God  - zelfs zonder woorden - is  een gebed. Soms ondersteunen en verdiepen woorden dit gevoel.

- Theofaan de Kluizenaar

-----------------

Wens niet dat de dingen zo uitpakken als jij ze graag wilt hebben, maar zoals God ze wil hebben. Dan zul je vrij zijn van verwarring en dankbaar in je gebed.

- Abba Nilus

------------------

Laat jouw gebed intenser worden op die momenten waarop je aan God denkt, zodat Hij wanneer jij Hem vergeet, zich jou mag herinneren.

- Marcus de Asceet  woestijnvader

--------------------

Wanneer  onze gedachten blijven cirkelen rond het leed dat anderen ons aandeden, verliezen we het vermogen om aan God te denken.

- Woestijnvaderspreuk

--------------------

Het hart is maar een klein orgaan. Desalniettemin liggen alle dingen erin vervat. God is  daar en de engelen, en ook het ware leven en het Rijk Gods zijn daar te vinden, de hemelse steden en de schatten van de genade.

St Macarius van Egypte

--------------------

Ik wil er bij je op aandringen, laat de Geest van de vrede in je wonen, dan zullen duizenden om je heen gered worden.

- Serafim van Sarov

Geest en hart verenigen

De geest verblijft in het hoofd, en dat is voor velen de enige plek waar zij zich ophouden. Ze leven in hun hoofd en lijden aan een onophoudelijke maalstroom van gedachten. Die maalstroom maakt dat hun aandacht nergens bij kan blijven stilstaan.

Evenzo is de geest die in het hoofd verblijft niet in staat om de eenvoudige gedachte aan God vast te houden. Zo'n geest slaat voortdurend op hol. Wie wil dat de eenvoudige gedachte aan God een vaste plaats krijgt in zijn innerlijk, moet daarom het hoofd achter zich laten en met de geest afdalen in het hart. Daar moet hij zonder onderbreking en met aandacht aanwezig blijven. Enkel dan, wanneer de geest verenigd is met het hart, kun je hopen op succes in het besef van Gods aanwezigheid.

- Theofaan de Kluizenaar  (1815 - 1894)