13. jul, 2020

Liefde kroont je, liefde snoeit je

Want zo de liefde je kroont, zij kruist je ook.

En al dient zij tot je groei, zij snoeit je evenzeer.

En zo zij opstijgt tot je hoogt en je teerste takken streelt, die trillen in de zon,

Zij daalt ook af naar je wortelen en rukt hun houvast aan de aarde los.

 

Als korenschoven gaart zij je bijeen.

Zij dorst je tot je naakt bent.

Zij want je tot je vrij bent van het kaf.

Zij maalt je tot je buigzaam wordt;

En geegt je over aan haar heilig vuur, opdat je worden zult tot heilig brood voor Gods feest.

 

Al deze dingen doet de liefde, opdat je kennen moogt 't verborgene van je hart en daardoor worden  deel van 's levens hart. Maar zo je in je angst alleen haar vrede en haar genoegen zoeken zou, dan deed je beter je naaktheid te bedekken en van liefde's dorsvloer weg te gaan, de seizoenloze wereld in, waar je zult lachhen, maar niet je volle lach, en wenen, maar niet al jje tranen.

De liefde geeft alleen zichzelf en put ook uit zichzelf alleen.

De liefde neemt niet in bezit, en wil ook niet in bezit genomen worden;

Want de liefde is zichzelf genoeg.

En meen niet dat je richting kunt geven aan liefde's loop,

Want de liefde richt, zo zij je waardig acht, je loop.

De liefde zoekt alleen zichzelf te vervullen.

-   Spreek tot ons over liefde    Kahlil Gibran