3. mei, 2018

Hooglied 3

' De ziel spreekt: ' in mijn bedje heb ik de hele nacht hem gezocht die mij liefheeft, en ik vond hem niet'. ' Wie hangt en gehecht is aan iets dat onder God is, diens bed is te nauw. Alles wat God kan scheppen is te nauw. Toen ik verder kwam, toen vond ik hem die ik zocht, die mijn ziel liefheeft.

Waarom noemde zij Hem niet: 1.  God is naamloos  2.W anneer de ziel in liefde helemaal  in God vervloeit heeft zij van niets anders weet dan van liefde 3. Zij heeft niet zoveel tijd om hem te noemen. Zij kan zich niet zo lang van de liefde afwenden. 4. Met 'liefde' noemt zij alle namen.

Daarom zegt zij: ' ik stond op en liep door wijdte en nauwte'.

- Meester Eckhart