8. jun, 2017

Sterk als de dood is de liefde

'Sterk als de dood is de liefde, met de onverbiddelijkheid van het dodenrijk sluit zij ieder ander buiten' Hooglied 8: 6

Dit beeld van de liefde toont ons de liefde als een manier om te vernietigen, buiten te sluiten, 'nee' te zeggen. Hetzelfde geldt voor de liefde die zich toont in de zorg voor het zelf, een liefde die onverbiddelijk 'nee' zegt tegen alles wat dat zelf schade kan toebrengen. Deze liefde is niet de narcistische eigenliefde, maar een onvoorwaardelijke liefde die ik mezelf toedraag, als een tuin die mij is toevertrouwd. Zowel met vruchtbare, zonnige stukken als met drassige plekken en schaduwkanten waar nooit iets wil groeien.

Er staat niet dat die liefde sterker is dan de dood- ze zijn elkaars gelijke, en dat betekent ook dat die tuin die mijn zelf is, gedoemd is vroeg of laat weer te verdwijnen. Alles wat ik doe, krijgt zijn betekenis in het licht van mijn onafwendbare dood. Juist het besef dat ik er niet voor altijd ben, spoort mij aan heel goed na te denken over mijn levenskeuzes. Als ik aan het einde van mijn leven terugkijk op wie ik ben geweest, zal ik dan tevreden zijn over dit zelf dat ik nu ben? 

Zijn de dingen die ik nu belangrijk vind, of die ik verondersteld word belangrijk te vinden, dat in het licht van mijn verdwijnen nog steeds?