12. jul, 2021

Over 'de mens' van de mystiek

Dag Hammerskjöld was een Zweedse econoom en Secretaris -Generaal van de Verenigde Naties van 1953 tot 1961. Hij kwam om bij een vliegtuigongeluk op een bemiddelingsmissie in Kongo.

Hij was niet alleen een man van de wereld, een man van de politiek en de macht, maar ook een man van de geest. Hij las Kierkegaard, Jan van het Kruis en Eckhart. In de aantekeningen die hij de wereld naliet, verzameld in het postuum uitgegeven Merkstenen, komt naar voren dat hij vooral worstelde met de problematiek van de eenzaamheid van 'de mens' en de zinloosheid van het bestaan.

'Eenzaamheid', de ervaring dat 'ik alleen mijn eigen last te dragen heb' en dat ik met dit zinloze bestaan het moet zien te redden.

Hij leefde vanuit en met het verontrustende besef dat elk individu, hoe beïnvloed en gevormd ook door medemensen, ten diepste een eenzaam wezen is, een wezen dat noch in zichzelf een grond heeft noch in God grond, doel of bescherming  kan vinden.

Hammerskjöld blijkt in de loop van de jaren verder te denken over het goddelijke: Hij lijkt in de eenzaamheid van de moderne mens( =hijzelf)  ruimte te vinden voor het goddelijke  d.w.z; God is voor hem de Ene die de natuurlijke mens tegelijkertijd en vernedert en verheft ( kenmerkend voor het denken van veel mystici). 'Wie eenmaal onder Gods hand geweest is  heeft zijn onschuld verloren: hij alleen kent de verschrikkelijke explosieve kracht,  het toestaan van de vernietiging van de ego- mania  en de natuurlijke demonen van het wereldlijke zelf. Alleen dan kan de mens 'sterk en vrij', dus waarlijk mens zijn.

Hammerskjold mystieke spiritualiteit was voor hem een weg om zich te ontdoen van de demonen die hem in zijn politieke bestaan in de wereld bezochten, de demonen van overmoed, eerzucht, ambitie, walging en alle andere demonen die volgens het mystieke denken gegeven zijn met de natuurlijke idee dat de enkele mens het middelpunt van de wereld is.

De inzet van zijn spiritualteit was dan ook  niet om de politieke wereld te laten  verdwijnen, maar  om als een ' niet meer bestaand' want in de Ene verzonken  persoon te doen wat in de politieke 'wereld' zijn opdracht was  niet ik, maar God in mij, kan hij schrijven  moet mijn ijdelheid, ambitie, kleinzieligheid, hoogmoed, in deze wereld overwinnen, en integer  handelen in de politieke wereld.

Merkstenen 57, 72, 83, 113.