26. apr, 2021

Mystieke doorbraakervaring

Mystiek komt in alle tijden en alle religies voor. Je zou mystiek kunnen omschrijven als je aangeraakt voelen door Datgene  dat jou als mens volkomen overstijgt, en waar je toch in de kern een mee bent. Mystiek gaat gepaard met het verlangen, en vaak met de ervaring, een daarmee te zijn en daarin op te gaan.

Het mystieke bewustzijn kan vanaf de vroege jeugd heel sterk in een mens aanwezig zijn, of ontstaan in een lang groeiproces. Vaak is er sprake van een mystieke doorbraakervaring waarin iemand zich er met een schok van bewust wordt dat hij aangeraakt wordt door Dat wat niet onder woorden te brengen is, en waarmee hij tijdens die ervaring sterke gevoelens van eenheid kan hebben.

Een dergelijke ervaring kan bijvoorbeeld plaatsvinden in of na een crisis in het leven, of in de natuur, waar een mens zich een kan voelen met het grotere geheel, waarvan hij deel uitmaakt. Op de mystieke doorbraakervaring volgt een mystieke  weg, die bij elke persoon verschillend verloopt, aangezien de tijd en cultuur waarin die weg plaatsvindt, maar ook de persoonlijke geschiedenis en karaktereigenschappen de weg kleuren.

Maar er is sprake van duidelijke overeenkomsten, zoals:

- het steeds minder centraal stellen van jezelf, het zogenaamde 'kleine ik' en

- het steeds meer centraal stellen van het wezenlijke, de kern, het Goddelijke, God, dr Goddelijke Liefde, Bewustzijn, of hoe de mysticus Dat wat niet onder woorden te brengen is, ook probeert te duiden.

Dat laatste kenmerkt ook een van de vele paradoxen die met de mystieke weg verbonden zijn. De mysticus wil niets liever dan het Geheim in de meest lyrische woorden bezingen, maar beseft telkens weer, dat Dat wat is, en dat het Geheim van alle dingen is, hoogstens aan te duiden valt, maar nooit in woorden of beelden te vangen.

De mystieke weg brengt een diepgaand proces van omvorming van de persoonlijkheid met zich mee, waarin de liefde voor de medemens en voor al wat leeft een grote rol speelt. De mysticus wordt een mens, die alleen nog maar wil dienen. Het gaat hem niet meer om hemzelf. Dit stervensproces van het eigen, op zichzelf betrokken 'ik', om zo steeds meer geboren te worden in de Goddelijke liefde, is een levenslange weg.

Carine Philipse