25. apr, 2021

Een mystieke ervaring op weg naar het geloof

Edith Stein heeft op haar weg naar het geloof een mystieke ervaring beleefd waarnaar ze in haar werken slechts op een versluierende wijze verwijst. Vaker, voornamelijk in haar brieven, wordt er een toespeling gemaakt op een hand die naar ons uitgestrekt  wordt: " Aan dit geraakt worden kunnen wij ons totaal niet onttrekken; voor de medewerking van onze vrijheid is hier geen plaats. 

Ten opzichte van dit eerste 'vatten' bestaat er een vrijheid van handelen. Vat ik de hand die mij aanraakt, dan vind ik het absolute houvast en de geborgenheid. Gods hand vatten en vasthouden is de daad die de geloofsdaad mede vormt. Bij wie dat niet doet, wie niet naar het aankloppen luistert, of zonder erdoor beïnvloed te worden zijn aardse leven verder leeft, bij zo iemand komt de geloofsdaad niet tot ontplooiing en het onderwerp  van het geloof ( God) blijft voor hem verborgen.'

Centraal staat ook hier de vrijheid in handelen: " zich zonder voorbehoud overgeven aan de genade. Dat is het besliste afkeren  van de ziel van zichzelf. Om zich echter  zo te kunnen loslaten, moet zij zichzelf zo sterk omvatten, zichzelf vanuit het meest innerlijke centrum zo volledig omvatten, dat zij zichzelf niet meer kan verliezen. De overgave van zichzelf is de meest vrije daad van de vrijheid.

Wie zich zo helemaal onbekommerd om zichzelf - om zijn vrijheid en zijn individualiteit - overgeeft aan de genade, die gaat juist zo - geheel vrij en geheel zichzelf - over in de genade. Daarvan verschilt de onmogelijkheid de weg te vinden, zolang men nog naar zichzelf kijkt." 

Edith Stein  Ilse Kerremans