24. jul, 2020

Droog

Als een hert dat dorst heeft -  Psalm 42

De ziel heeft het niet best in Psalm 42. De ziel is bedroefd en onrustig, God is blijkbaar verdwenen, er is geen teken van aanwezigheid meer. En dat is onverdraaglijk. Herinneringen aan vroeget geven geen troost maar pijn.

Wat is dat in een mens dat zo verlangt naar God?

Wat is die ziel?

In het bijbelse denken is de ziel iets dat een mens met God verbindt. Een ziel is wat ons levend maakt. Een levend wezen. Zonder bezieling geen leven. Een bezield mens heeft een drive, iets dat in beweging houdt. Je wilt iets bereiken, iets hebben, iets doen. Als de ziel droog staat stroomt het niet meet, is het leven eruit. De bron is opgedroogd. De ziel heeft dorst. De verlangens die je had, werken niet meer als bron van beweging. De diepste dorst  wordt blootgelegd, een dorst die niet door het gewone leven kan worden gelest.

Het is de dorst naar God zelf: wanneer mag ik nader komen en Gods gelaat aanschouwen? Dit is een belangrijk moment in de omgan met God. Een moment dat soms wel jaren kan duren. Johannes van het Kruis noemt het: de donkere nacht. Het licht van Gods nabijheid is verduisterd. Die donkerte heeft een doel, zo ontdekte hij. Onze verlangens willen uitgezuiverd worden.

Wat bezielt je?

Wat is de bron van je handelen?

Zijn me verlangens gericht op de andet of toch eigenlijk vooral op wat je er zelf aan hebt?

Zoeken we God omdat we iets zoeken voor  onszelf?

Juist als God zich  verbergt wordt dat duidelijk.