26. apr, 2018

De paradox van transcendentie

Mensen die ontzag  ervaren zeggen vaak dat ze zich 'klein en onbelangrijk' voelen en ' niet bewust van dagelijkse zorgen', en dat ze aanwezigheid voelen 'van iets groters' dan henzelf. Terwijl de afgenomen zelfgerichtheid zich vertaald in een gevoel van verbondenheid met de wereld en alle levende wezens daarin.

Dat is de paradox van transcendentie; het zorgt ervoor dat mensen zichzelf als iets onbeduidends gaan zien, maar tegelijkertijd verbonden met iets wat groots en zinvol is. Hoe is dit te verklaren?

Op het hoogtepunt van een mystieke ervaring  voelen ze de grenzen van het zelf vervagen en ervaren, als gevolg daarvan, geen scheiding meer tussen zichzelf en de wereld om hen heen. Ze ervaren 'een gevoel van tijdloosheid en oneindigheid'. Het voelt alsof ik deel ben van alles en iedereen die bestaat.

Angela van Foligno, een franciscaanse non uit de dertiende eeuw beschreef die ervaring heel treffend: ' Ik was zo van God vervuld dat ik niet langer in mijn gewone gemoedstoestand was, maar naar een vrede werd gevoerd waarin in verenigd werd met God en tevreden was met alle dingen.'